Brian Brobbey heeft een titel gekregen die hij liever niet wil: “Slechtste spits”
Als doelpunten tellen als de valuta van spitsen, dan heeft Brian Brobbey dit seizoen flink wat kleingeld laten liggen. De Ajax-aanvaller, normaal gesproken een garantie voor gevaar in de zestien, heeft een moeizaam jaar achter de rug. Waar hij vorig seizoen nog regelmatig het net vond, lijkt de bal er dit jaar met tegenzin in te willen. En de statistieken? Die bevestigen dat gevoel pijnlijk nauwkeurig.
Vorig seizoen had Brobbey met 18 Eredivisie-doelpunten een aanzienlijk aandeel in de aanvalskracht van Ajax. Zijn expected goals (xG) lag op 19,8, wat betekent dat hij bijna net zo vaak scoorde als op basis van zijn kansen verwacht werd. Dit jaar is dat beeld compleet omgeslagen. In 27 competitiewedstrijden had Brobbey, volgens data van Voetbal International, 9,35 doelpunten móéten maken op basis van zijn kansen. Het daadwerkelijke aantal treffers? Slechts vier. Een verschil van 5,35 goals in de min. In de wereld van spitsen betekent dat niet minder dan een rampzalig rendement.
Minder minuten, minder kansen
Waar ligt de oorzaak? Een deel van het probleem lijkt te zitten in Brobbey’s speeltijd. Trainer Francesco Farioli haalde hem regelmatig vroegtijdig naar de kant, wat ervoor zorgde dat de aanvaller simpelweg minder tijd had om te scoren. Daarnaast werd hij geplaagd door blessures en miste hij meerdere wedstrijden. Vergeleken met vorig seizoen kreeg hij tien kansen minder – en met de kansen die hij wél had, ging hij bepaald niet spaarzaam om.
Brobbey onderaan de lijst, concurrentie blinkt uit
Geen enkele spits in de Eredivisie presteerde slechter in het verzilveren van kansen dan Brobbey. Zelfs Thomas Robinet (Almere City) en Oskar Zawada (RKC Waalwijk) – die respectievelijk 3,41 en 3,30 doelpunten minder maakten dan verwacht – doen het in dat opzicht beter.
Aan de andere kant van het spectrum staat Sem Steijn (FC Twente), die met een xG van 13,49 maar liefst 22 keer scoorde. Ook Vito van Crooij (NEC) en Ricardo Pepi (PSV) laten zien hoe het wél moet. Van Crooij maakte 5,37 doelpunten meer dan verwacht, terwijl Pepi 11 keer scoorde uit slechts 5,89 verwachte goals. Voor Brobbey zijn dat pijnlijke vergelijkingen.
Hoe nu verder?
Brobbey heeft zonder twijfel de kwaliteiten om zich te herpakken. Hij komt nog steeds vaak op de juiste plek en zijn fysiek blijft een wapen tegen verdedigers. Maar efficiëntie is een essentieel onderdeel van het spel van een spits, en daar zal hij de komende maanden stappen in moeten zetten. Anders zou Ajax, ondanks zijn status als eerste spits, zomaar eens kunnen gaan kijken naar alternatieven in de punt van de aanval.
Voor nu is de realiteit dat Brobbey’s doelpuntenproductie verre van overtuigend is. Of hij die negatieve trend weet om te buigen, zal de rest van het seizoen moeten uitwijzen.